Thema: Muziek zonder tijd en zonder einde of begin

Misschien had de noemer voor dit viertal concerten 'Muziek uit één stuk' moeten zijn.

Canto Ostinato’ van Simeon ten Holt, ‘The Köln Concert’ van Keith Jarret en 'Between the lines' van Saskia Lankhoorn, en ook het concert van Jeroen van Veen met werken van Einaudi, Tiersen en Yiruma hebben met elkaar gemeen dat ze in één lange boog gepresenteerd worden. Als in een theatervoorstelling word je meegetrokken in een avondvullende ervaring. Het zijn concerten waarin de muziek als één lang stuk klinkt, hoewel de werken toch uit meerdere delen kunnen bestaan. Het zijn concerten waarbij je, ook vanwege de lengte van de composities, als luisteraar een andere beleving van tijd kunt gaan ervaren, niet in de laatste plaats omdat de muziek zich soms niet of nauwelijks waarneembaar lijkt te ontwikkelen.

 

In de klassieke muziekgeschiedenis wordt muziek in genres ingedeeld die vervolgens weer in stijlen worden onderverdeeld. Het beluisteren en herkennen van muziek is met enige fantasie te vergelijken met het determineren van planten. Wat is de kleur van bloem, wat is het aantal bloemblaadjes, de bladvorming en bloeiwijze, en hoe is de bladstand. De gemeenschappelijke noemer in de concerten in Muziek zonder tijd en zonder einde of begin is als het ware het 'verlaten' van de tijd en het betreden van de ruimte. Als we het over vorm in de klassieke muziek hebben gaat het vaak over het verhaal, de ontwikkeling en de opbouw van spanning. ‘The Köln Concert’ van Keith Jarret en ‘Canto Ostinato’ van Simeon ten Holt hebben gemeen dat ze veel herhalingen bevatten waardoor de muziek stil lijkt te staan en gevangen wordt in een ogenblik en daardoor tijdloos lijkt te worden.

 

We begeven ons op glas ijs als we de iconische status van ‘Canto’ en ‘The Köln Concert’ proberen te verklaren, maar heeft deze status misschien juist te maken met de ervaring van tijd? Een lange reis door de tijd gevangen in één ogenblik? De muziek als middel om de lineaire tijd te doen vergeten? Beide werken bevatten ook het element van toeval: ‘The Köln Concert’ omdat het één lange improvisatie is, en ‘Canto’ omdat er voor de speler(s) veel vrijheid is om de verschillende secties van de composities te herhalen.

 

De impact van ‘Canto Ostinato’ en ‘The Köln Concert’, werken uit respectievelijk 1979 en 1975, is enorm geweest. Regisseur Ramon Gieling maakte een documentaire over ‘Canto’ waarin negen mensen vertellen over de invloed van ‘Canto’ op hun leven: “heel af en toe is muziek net als de ware liefde in staat een radicale verandering in iemand teweeg te brengen."

 

In ‘The Köln Concert’ lijkt jazzpianist Keith Jarret in trance te raken. De opname van dit nachtelijke improvisatieconcert op 24 januari 1975 bereikte een miljoenenpubliek en de persing is nog steeds de meest verkochte pianoplaat ooit. Jarret was fysiek niet in zijn beste doen toen hij dit concert gaf. Hij had een lange autorit vanuit Zürich in de benen. Daarbij voldeed de piano in Keulen geenszins aan zijn verwachtingen; later bleek dat medewerkers van de opera de verkeerde piano hadden klaargezet.

Is de magie van het moment van een improvisatie onder specifieke omstandigheden terug te halen of te herhalen? Jarret gaf na veel aandringen uiteindelijk toestemming om de uitgewerkte notatie van dit improvisatieconcert ook uit te geven zodat de muziek opnieuw live uitgevoerd kan worden.

 

In 'between the lines' creëert Saskia Lankhoorn met versterkte piano, laptop en gelaagd pianospel een wereld waarin heden en verleden elkaar ontmoeten en de zeggingskracht van de composities de tijd trotseren, dit alles omgeven door verschillende dimensies van reverb en ruimte. Door het vertragen van tempo wordt een nieuwe ruimte gecreëerd voor harmonieën, melodieën en akkoorden om op een intense en persoonlijke manier (her)beleefd te worden. U hoort in 'between the lines' werken van Brahms, Schumann en Bach.

 

En is er dan geen andere muziek waarbij de tijd stil staat en in de ruimte lijkt te zweven? “Maar natuurlijk”, is daar het eenvoudige antwoord op. We kijken misschien niet zozeer naar een nieuwe plant als dat we ons concentreren op een bepaalde bladstand. De pianoliteratuur kent talloze voorbeelden van composities die je het tijdsbesef doen verliezen. En met de zogenaamde neoklassieke muziek, of misschien moeten we het neo-neo klassieke muziek noemen, weten artiesten als Ludovico Einaudi, Yann Tiersen en Yiruma, Joep Beuving, Nils Frahm en vele anderen met minimalistische elementen ruimtelijke werelden op te roepen, werelden waar een nieuw miljoenenpubliek hartstochtelijk graag in wil vertoeven. Is het een nieuw bewustzijn dat we als publiek op zoek zijn naar een bepaald element in de muziek om de tijdgeest te spiegelen, te ontvluchten of te willen beïnvloeden? Waar zijn we als luisteraar eigenlijk naar op zoek?

 

Simon Vinkenoog dichtte in zijn bundel Op het eerste gehoor een ode aan Keith Jarret:

 

Parelend op de rand van stilte

ligt de wereld gebed in muziek,

verrast door onverwacht ontmoeten,

zoekend zich een weg.

 

De ziel op doortocht

Koestert, streelt en troost,

slaat toetsen aan,

laat handen dwalen:

 

het lichaam een klavier,

de geest een prelude.

 

Bekijk alle concerten binnen dit thema

Deze website maakt gebruik van cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden.

Meer info