Thema: De Nacht

Wie kent de melodie van het beroemde Wiegenlied van Johannes Brahms niet en heeft zich, met klanken uit een speeldoosje, verzet tegen de slaap en overgegeven aan de melodie? En hoe vertrouwd klinkt in meerdere talen het wiegelied, de lullaby, de berceuse. Het slaapliedje in het niemandsland tussen waken en dromen is zoals het tweeduuster, de valavond, en herbergt het mysterie van de overgang van licht naar donker.

 

De Leidse Salon programmeert vier concerten rond het thema Nacht.

De nacht met zijn dromen en zijn slapeloosheid, de nacht met de sterren en de maan. De nachtelijke uren vol angsten, ontboezemingen en verraad. De witte nachten van de melancholie en de nacht van de helende slaap.

 

'Do not go gentle into that good night / Rage, rage against the dying of the light.' dichtte Dylan Thomas.

 

‘Waldesnacht’, ‘An den Mond’, ‘Nachtstück’, ‘Abendstern’ en ‘Nacht und Träume’, het zijn zo maar een paar titels van gedichten die door Franz Schubert op muziek gezet zijn. Geen romantische componist weet de nacht zo beeldend te bezingen als Franz Schubert. Maarten Koningsberger en het Atlantic Trio tillen de Erlkönig, Die Sterne, Der Wanderer an den Mond, maar ook andere en onbekende liederen, in “Nacht und Traüme” naar een geheel andere dimensie. De zilveren en gouden toetsen van viool en cello bij de oorspronkelijke pianopartituur laten Schubert nog meer dromen. Ook het beroemde Notturno Opus 148 voor pianotrio staat op het programma.

 

Nacht und Träume

 

Heil’ge Nacht, du sinkest nieder;

Nieder wallen auch die Träume

Wie dein Mondlicht durch die Räume

Durch der Menschen stille Brust.

Die belauschen sie mit Lust Rufen,

wenn der Tag erwacht: Kehre wieder,

heil’ge Nacht! Holde Träume, kehret wieder!


Matthäus Kasimir von Collin (1779 - 1824)

 

De componist Arnold Schönberg (1874-1951) is in de Leidse nachtprogramma's vertegenwoordigd met twee sleutelwerken uit zijn oeuvre: ‘Pierrot Lunaire’ en ‘Verklärte Nacht’. In de liederencyclus ‘Pierrot Lunaire’ (1912) voor klein ensemble doet het zogenaamde sprechgesang zijn intrede in de gecomponeerde muziek. De zangeres spreekzingt de teksten. De Duitse dichter Otto Erich Hartleben (1864-1905) publiceerde een vertaling van een cyclus gedichten van de Belgische dichter Albert Giraud over Pierrot, de clown uit de traditie van de commedia dell'arte. De drie keer zeven –door Hartleben vertaalde– gedichten die Schönberg gebruikt in zijn compositie verhalen van de maanzieke clown Pierrot die kort gezegd een ernstige crisis doormaakt en deze uiteindelijk te boven komt. In de compositie gebruikt Schönberg klassieke vormen als de passacaglia, het rondo, de fuga en de canon. Om de zangeres de goede manier van spreekzingen te leren heeft Schönberg maar liefst veertig repetities nodig. Schönberg zegt over zijn composities: “Mijn muziek is niet modern, hij wordt alleen meestal slecht uitgevoerd”. De op de premiere aanwezige Stravinsky is echter enthousiast over ‘Pierrot Lunaire’ en vindt Schönberg een van de meest creatieve geesten van zijn tijd. Pierrot Lunaire wordt intussen gezien als een van de grote meesterwerken uit de vroege twintigste eeuw.

 

Een kleine vijftien jaar eerder had de eerste uitvoering van het strijksextet ‘Verklärte Nacht’ voor een schandaal gezorgd, niet in de laatste plaats vanwege de als blasfemisch beoordeelde teksten. De bundel van de Duitse dichter Richard Dehmel die het gedicht ‘Verklärte Nacht’ bevatte, moest op last van de rechter verbrand worden.

 

Verlichte nacht

 

Twee mensen gaan door kaal, kil woud;

de maan loopt mee, hun blik beschouwt.

De maan loopt over hoge eiken,

geen wolkje omfloerst het hemellicht,

waarin de zwarte kruinen reiken.

Er spreekt een vrouwengezicht:

 

Ik draag een kind, en niet van jou,

ik loop in zonde naast jou.

Ik ben mijzelf zwaar te buiten gegaan;

ik geloofde niet meer in geluk

toch hield een diep verlangen aan

naar levensvrucht, naar moedergeluk

en plicht – toen heb ik mij verstout,

liet mijn schaamte huiverend boud

bevoelen door een man zonder naam

én heb mij geprezen en gezoet.

Nu heeft het leven zich gewroken,

nú heb ik jou, o jou ontmoet.

 

Zij loopt met onbeholpen tree,

zij kijkt omhoog, de maan loopt mee;

haar donkere blik verdrinkt in licht.

Er spreekt een mannengezicht:

 

Het kind dat jij hebt gekregen,

wees hem onbezwaard toegenegen,

en zie, hoe helder het heelal schittert!

Het grote Al glanst om ons twee,

jij drijft met mij op koude zee,

maar een eigen warmte glinstert

van jou in mij, van mij in jou;

het vreemde kind zal met licht verkoren,

uit jou, voor en van mij, worden geboren,

jij hebt de glans in mij geraakt,

jij hebt mijzelf tot kind gemaakt.

 

Hij pakt haar bij de stevige dij

in de lucht mengt zich hun adem vrij,

twee mensen gaan door helverlichte nacht.


(vertaling Emile van Brakel)

 

Het concertprogramma ‘Nox’ van meesterpianist Hannes Minnaar beweegt zich van het begin van de romantiek met ‘Nachtstücke’ van Robert Schumann via ‘Gaspard de la Nuit’ van Maurice Ravel naar een compositie van de Nederlandse componist Rob Zuidam uit 2020. Hannes Minnaar omschrijft de ‘Nachtstücke’ van Schumann als poëzie die naar muziek is vertaald. De vroege negentiende eeuw had een pre-Freudiaanse belangstelling voor het onderbewustzijn, de nacht de droom en de droomduiding kwamen in de mode.

Ook dat andere icoon uit de twintigste eeuw van de 'nachtelijke' muziek: 'Gaspard de la Nuit' is geïnspireerd op de poëzie. ‘Gaspard de la Nuit’, drie gedichten voor piano van Maurice Ravel (1875-1937), ging in 1908 in premiere en bestaat uit de delen Ondine (waternimf), Le Gibet (De galg) en Scarbo (trol, duivelse dwerg).

  

Rob Zuidam was zo onder de indruk van het pianospel van Minnaar dat hij een tweetal nocturnes voor hem schreef. Met drie andere nachtstukken ontstond ‘Nox’, dat dit concert completeert.

 

Bekijk alle concerten binnen dit thema

Deze website maakt gebruik van cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden.

Meer info