Thema: De Dood

Is droevige muziek de mooiste muziek? Het genre van het Requiem, de muzikale begeleider van de overledene op weg naar het hiernamaals, heeft in ieder geval de prachtigste muziek opgeleverd. In de muziekgeschiedenis kennen we het fenomeen dodendansen met beroemde en geliefde composities als de 'Danse macabre' van Camille Saint-Saëns en Liszts 'Totentanz', variaties op de Sequens Dies irae uit de Requiem mis. De marche funebre, trauermars, werd een genre met begrafenismarsen van, om er enkele te noemen, Beethoven, Chopin, Berlioz, Puccini en Wagner. En Charles Gounod schreef een marche funebre voor een marionet: het thema van de georkestreerde versie werd wereldberoemd als tune voor een door Alfred Hitchcock gepresenteerd televisieprogramma.

 

De Leidse Salon koos drie concertprogramma's, waarin ook rouw van de componist zelf aanleiding was voor zwaarmoedige, smartelijke en berustende composities.

 

In ‘Der Tod und das Mädchen’, het veertiende strijkkwartet dat Franz Schubert (1797-1828) voltooide, verwijst de componist expliciet naar een van zijn eerdere liedcomposities. Het thema van het tweede deel van het vierdelige kwartet is afkomstig van de melodie van het lied uit 1817. En ook over de andere delen van het kwartet hangt de schaduw van de dood. De ontmoeting tussen de dood en het meisje eindigt in het laatste deel met een tarantella, de dodendans van iemand die gebeten is door de dodelijke tarantula spin. Schubert schreef meerdere composities waarin de dood de hoofdrol speelt.

 

Das Mädchen
 

Vorüber! Ach, vorüber!

Geh wilder Knochenmann!

Ich bin noch jung, geh Lieber!

Und rühre mich nicht an.

 

Der Tod
 

Gib deine Hand, Du schön und zart Gebild!

Bin Freund, und komme nicht, zu strafen.

Sey gutes Muths! ich bin nicht wild,

Sollst sanft in meinen Armen schlafen!

 

(Matthias Claudius (1740-1815)

 

Claudius borduurt met de thematiek van dit gedicht voort op een lange traditie. Het 'dansen' met de dood werd al in de late Middeleeuwen, met name op kerkmuren, verbeeld. De dood danst met iedereen: jong en oud en rijk en arm. De verbeelding van de dodendans had dan ook vooral de bedoeling de mens ervan te doordringen dat hij sterfelijk is en beoordeeld zal worden op zijn daden. Overigens behoort Claudius tot de dichters uit de Empfindsame traditie waarin de dood eerder een vriendelijke verlosser is dan een afschrikwekkende vijand.

 

‘Het is jammer dat ik moet vertrekken met een volle koffer’, klaagde Bela Bartok in 1945. Deze opmerking gold niet voor zijn vertrek van Hongarije naar de Verenigde Staten, maar sloeg op zijn naderende dood die het uitwerken van een heleboel muzikale bagage in de weg zou staan. De muziek van Bartok gold tijdens het nazi-regime als ent-artet, een kwalificatie waar Bartok middels een niet beantwoorde brief aan de Hongaarse autoriteiten fel tegen protesteerde. Bartok kreeg als kind pianoles van zijn moeder, zij was het ook die zijn eerste composities optekende. Bartoks vader overleed al vroeg en tot haar dood in 1939 verzorgde Bartok zijn moeder. Zijn laatste, zesde strijkkwartet is geschreven naar aanleiding van haar dood en heeft de droevige ondertoon van verlies. Het werd de laatste Europese compositie van Bartok.

 

Immer träum ich davon dir nachzusterben:

Aber eine künftige Rose

Bedarf vielleicht meiner Tränen

Um zu wachsen

 

Immer träum ich davon dir nachzusterben:

Aber ein leidenschaftlicher Reim

Bedarf vielleicht meiner Feder

Um dich zu singen

 

Immer träum ich davon dir nachzusterben:

Aber ein Takt von Bartok

Bedarf vielleicht meines Ohrs

um neu zu tönen

 

Claire Goll 1890-1977 (uit Klage um Ivan)

 

Tijdens het concert van het Storioni pianotrio hoort u twee, met recht smartelijke composities. Bedrich Smetana (1824-1884) verklankt de rouw om de dood van zijn vierjarige dochter Bedriška in zijn pianotrio opus 15 uit 1855. Smetana verwerkte in zijn trio een door zijn dochter geliefde melodie, Bedriška had blijk gegeven van een uitzonderlijk muzikaal talent. In het vierde deel van het pianotrio klinkt kort voor het hoopvolle einde een treurmars.

 

Dimitri Sjostakovitsj (1906-1975) voltooide zijn pianotrio na het overlijden van zijn geliefde vriend Ivan Sollertinski in 1944. Sjostakovitsj schreef aan de weduwe van Sollertinski, wiskundige, talenwonder en professor aan het Leningrads conservatorium, dat het zeer moeilijk voor hem zou worden om zonder zijn dierbare vriend aan wie hij zoveel te danken had, te leven. Sjostakovitsj, zelf niet van Joodse afkomst, was nauw bevriend met de componisten Weinberg en Basner. In het laatste deel van zijn pianotrio gebruikte Sjostakovitsj klezmer melodieën in een dodendans. Er wordt aangenomen dat de componist met een dodendans niet alleen zijn vriend gedenkt, maar ook het onzegbare lot van miljoenen joden verklankt. In het Allegretto klinken daarom niet voor niets, zon en regen, 'zoen mit a regn'.

 

Pianist Koenraad Spijker speelt met gelegenheidskwartet Emma Rooijakkers, viool, Margot Kolodziej, viool, Lotus de Vries, altviool en celliste Renée Timmer, Alfred Schnittkes pianokwintet uit 1976. Schnittke (1934-1998) werd als Wolga-Duitser geboren in de Sovjet- Unie. Schnittkes componeertechniek in verschillende stijlen uit verschillende tijden benoemde hij zelf als polystilisme. Schnittkes 'moderne' muziek kreeg in het Sovjetregime niet of nauwelijks de kans. De componist voorzag in zijn levensonderhoud door het schrijven van filmmuziek. In 1990 vestigde Schnittke zich in Hamburg. Hij begon aan zijn pianokwintet na het plotselinge overlijden van zijn moeder in 1972. Hij zou er maar liefst vijf jaar over doen om het Moderato, In tempo di valse, Andante, Lento en het Moderato pastorale te schrijven. Schnittke bewerkte dit indrukwekkende In Memoriam voor zijn moeder in 1978 voor orkest.

 

Bekijk alle concerten binnen dit thema

Deze website maakt gebruik van cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden.

Meer info